Enkele plaatsnamen in Altena
Het land van Altena maakte onderdeel uit van de Grote Waard. De Grote Waard wordt voor het eerst genoemd in 1273 als Jan van Heusden een verdrag sluit met graaf Floris van Holland over het schouwen van de dijken. In de Latijnse tekst wordt gesproken over “Magna Insula” (Koch III, 1970, p. 711).
Almkerk
Almkerk wordt voor het eerst genoemd in 1292. In 1367 id “Willem van Almkercke” poorter van Dordrecht (Extracten uit de rekeningen der stad Dordrecht).
Het kasteel Altena wordt voor het eerst genoemd in 1230 als Dirk van Altena zijn goederen opdraagt aan graaf Floris van Holland. De Latijnse tekst spreekt over “castrum meum de Altena” (Koch II, 1970, p. 108-109).
Zandwijk
Zandwijk is een buurtschap nabij Almkerk. Zandwijk wordt voor het eerst genoemd in 1220 als “Walterus de Sandwic” optreedt als getuige bij een schenking door Diederik van Altena van het personaat van de kerk van Schelluinen aan de Duitse Orde (Koch I, 1970, p. 595).
Uppel
Uppel is een buurtschap nabij Almkerk. Uppel wordt voor het eerst genoemd in 1277 Willen van Horne de grove tiend van Uppel verkoopt aan Lodewijk de kastelein (Koch III, 1970 p. 912).
In 1424 wordt de Blomenstege te Almkerk genoemd (Sloet, 1912, p. 666).
Emmikhoven
Emmikhoven wordt voor het eerst genoemd in 1292. In 1312 oorkondt onder andere Henricus van Emmechoven dat Vastraad Arnoudsz. van Giessen vrijwillig afstand heeft gedaan van goederen en rechten (NA. 3.19.02).
Rivier de Alm
De Alm als riviernaam is oud. In 1105 treedt “Engelfrifus van Almsvethe” op als getuige en leeman van bisschop Burchard van Utrecht (van Mieris I, p. 79).
De Alm als water nabij de Maas wordt in 1233 genoemd als Dirk van Altena zijn goed te Scalwich (Munnikenland) in leen geeft aan Zeeuwen. De Latijnse tekst spreekt over “aqueductum de Bracele et profundum adiacentis aque que dicitur A et Mersade” (Koch II, 1970, p 157).
Uitwijk
In 1108 wordt genoemd "Hubertus de Utwic. Op een lijst met Altenase lenen uit 1282-1288, komt voor “haer Arnout van Vtwike”, “Henric van Vtwike” en “haer Hartbernen an Vtwike”.
Honswijk wordt voor het eerst genoemd in 1282. In 1404 noemen schepenen van Woudrichem in een oorkonde “Claes Aernt Wisschaertsz. van Hontswijc” (Streekacrhivariaat Noordwest Veluwe).
Waardhuizen
Waardhuizen wordt voor het eerst genoemd in 1292. Willem II van Horne bepaalt dat onder andere de bewoners en erven van de gerechten van Waardhuizen vrij zullen zijn van het maken van den Merwededijk in zijn gebied en van den dijk tusschen Werkendam en veenregrave.
Oude functies / beroepen in Waardhuizen
| jaar | naam | functie/beroep |
|---|---|---|
| 1516 | Gillis Schellaert en Adriaen Lowisz. | keersluiden van Emmichoven en Weerdhuysen |
| 1538 | Jan van Emmechoven | schout tot Weerthusen |
| 1545 | Jan Adriaenszoon | schout van Waerthuysen |
| 1560 | Gillis Schellart | schout van Waardhuizen |
| 1560 | Joast Adriaenss., Adriaen Jan Zegerss., Claes Thoniss. en Adriaen Wouterss. | heemraders in den voorn. dorpe ende oick tot Waerthuysen |
| 1628 | Jan Claesz. Koenen | burgemeester te Waardhuizen |
| 1654-1660 | Cornelis van Nispen | schout tot Waerthuijsen |
| 1654 | Thijs Mattheeuss. Hoochvliet en Daem Janss./Daem Jansse van Littooijen | hemeraden |
| 1673 | Hugo Holster | secretaris van Almkerk, Emmikhoven en Waardhuizen |
| 1676 | Willem Marcusz. Lievaert en Adriaen van Herwijnen | heemraden van Waerthuysen |
| 1735 | Cornelis van der Stelt en Cornelus Dirkse Kamp | schepenen van Emmic[hoven] en Waarthuijsen |
| 1735 | Jan den Engelse | regerende kerkmeester |
| 1739-1744 | Tjerk Hanedoes | schout van Emmikhoven en Waardhuijsen |
| <1793 | Adriaan van Herwijnen en van Willem van Herwijnen | kerkmeesters van Waardhuizen |
| 1808 | Hendrik Ouwerkerk | president-schepen van Emmikhoven en Waardhuizen |
| 1815 | Hendrik Ruijmschotel en Otto Ruijmschotel | molenmalers |
Rijswijk
Rijswijk komt vanaf 1200 een paar keer in stukken voor, maar daarvan is dan niet duidelijk of het om Rijswijk in Noord-Brabant gaat. In 1310 wordt Rijswijk wel duidelijk genoemd als ridder “Ian van Rysewiic” optreedt als oorkonder als Vastraad Arnoudsz. van Giessen afstand doet van goederen en rechten (D.O.B.).