Herkomst van het geslacht Altena
De herkomst van het geslacht Altena is niet duidelijk. Er zijn verschillende theoriëen, die geen van alle met harde bewijzen kunnen worden onderbouwd.
Eerste vermelding van heren van Altena? 1021
Van de Vasallen en leenmannen der Kerke van Utrecht onder Bisschop Adelbold, den 2. January 1021.
(…) dat voer my geommen syn enighe vasallen ende Leenmannen des Kercs van Wtrecht, versoekende an mi hoer lenen ende hebben mi getoent brieven mynre Voersaten Biscoppen van Wtrecht inhoudende wat goeden ende Landen si ende hoer Ouders van der Kercken van Wtrecht te lenen houdende syn, ende dye gesien ende gevisiteert hebbende, hebbe ic die in scrifte doen stellen als hier na volcht.
(…)
Die grave van Cleve dye is des Biscops Meister Camerling, ende hout van den Sticht te lenen die Graefscap van Teysterbant, dat is een deel van Tyelreweert, ende wat in dye Betue ende heel Bommelreweert, dat nu al Gelre toe behoert, ende noch hout hi dat Lant van Hoesden mitter Borch en Stede, ende dat lant van Altena mittet Slot ende Stede van Woudrichem.
(…)
Die Grave van Teysterbant hylt syn Graefscap van Sticht te lenen, want een Graven van Cleve plachte van den Sticht te houden, ende dye Grave van Teysterbant was gecomen van enen jonger Broeder van Cleve. Die Here van Altena hilt syn Heerlicheit eerst te leen van den Sticht, nae van Cleve, ende daer nae van Hollant.
N.B. Van Mieris wijst erop dat de Nederlandse vertaling veel verschillen vertoont met, en wijdlopiger is dan de Latijnse tekst. Hij wijst erop dat de Latijnse tekst ook niet origineel is, maar een latere beschrijving.
Van Mieris I, 1753, p. 59-61
In de Latijnse tekst luidt de hierboven als tweede aangehaalde paragraaf:
"Item Comes Clivensis est liber feodalis Ecclesie Trajectensis, & tenet in feodum in pago Batua in superiori parte super Renum, magnam partem terrarum & manforum cum casis, dominibus, mancipiis, pratis, campis, pascuis & ex alio latere Reni, & in aliis quibusdam locis,
terras, casas mansos & domos, silvas, campos. Item Woudrichem cum agris & campis, cum aquis, aquarum decursibus & justiciis, qui vocatur & est Camerarius Episcopi Trajectensis."
In die tekst wordt Altena dus niet genoemd. In de eerdere Latijnse tekst komt de hierboven als derde aangehaalde paragraaf niet voor.
Welvaarts, 1890
Welvaarts stelt dat Bertha, vrouwe van Blaarthem, de moeder was van Dirk I van Altena.
Th.Ign. Welvaarts, Geschiedenis van Bladel en Netersel naar de archieven van Postel's abdij, 1890, p. 15
Klaversma, 1978
Klaversma stelt de naam Altena is ontstaan uit een geografisch begrip. In 966 wordt gesproken over "in comitatu Testrebansi super fluvio Huoltena", waaruit volgt dat er een rivier stroomde die Huoltena heet. De naam van de rivier kan op de streek zijn overgegaan. Klaversma acht het echter waarschijnlijker dat het gebied Holtenaay - waterig bosland - heette, wat in Latijn als Altena werd geschreven. Het testament van Willem I van Horne spreekt over zijn kasteel in Altena.
Klaversma suggereert dat Dirk van Uytwijk en Dirk I van Altena misschien dezelfde persoon zijn. Hij acht het hoogst waarschijnlijk dat de Van Altena's van de heren Van Uytwijk afstammen.
Taede Klaversma, 'De geslachten van Altena en Horne tot ca.1300', in: Publications de la Société Historique et Archéologique dans le Limbourg 114 (1978) 7 - 61
Schenkingen door Dirk III van Altena
Uit de schenkingen aan kerkelijke instellingen door Dirk III van Altena blijkt dat de van Altena's bezit hadden ver buiten Almkerk. Uit het artikel van Klaversma is ontleend:
| nr. | jaar | onderwerp | begunstigde |
|---|---|---|---|
| 1 | 1208 | voogdijrechten ten aanzien van de abdij St. Bavo te Gent | abdij St. Bavo te Gent |
| 2 | 1212 | de tienden in de Hoge en Lage Mierden, novale tienden, stuk onontgonnen grond | de abdij Averbode |
| 3 | 1212 | de heffing op een hoeve te Mierde | Averbode |
| 4 | 1214 | verpande de tienden ten zuiden van Antwerpen op de Nattenhaesdonk, Hingene enBornem | Afflighem |
| 5 | 1220 | goederen en visserijen | het Duitse huis te Schelluinen |
| 6 | 1223 | 3 bunder land bij de Mierde (Tilburg) | Postel |
| 7 | 1223 | domein Hugten bij Maarheze dat Reinard van Heeze van Dirk in leen had gehouden | Munsterabij te Roermond |
| 8 | 1224 | ¼ van de tienden Brusthem | Averbode |
| 9 | 1224 | het patronaatsrecht van de kerk van Nunhem | Averbode |
| 10 | 1224 | iets te Mierde (Tilburg) | Postel |
| 11 | ~1224 | parochie-inkomsten en patronaatsrechten der kerken van Kortessem, Wintershoven, Kuttekoven, Strijp, Son en Nuenen | het kapittel van Kortessem |
| 12 | 1227 | de tienden van Roosteren en 1/3 van het patronaatsrecht van de kerk van Roosteren | Averbode |
| 13 | 1229 | 53 bunder allodiale grond en de tienden op 21 bunder te Boorsheim | adbij Hocht |
| 14 | 1230 | belastingvrijstelling op grond in het domein Hunen | abdij Berne |
| 15 | 1230 | patronaatsrechten van Kozen en Bursthem met alle rechte dat hij in die kerken bezat | Averbode |
| 16 | 1232 | iets te Reusel | Postel |
| 17 | 1232 | Willem van Kuttekoven schonk de tienden van die plaats die hij in leen had van Dirk van Altena | Loonse abdij Herkenrode |
| 18 | 1234 | Hugo van Steenlant verpandt de tienden in de parochie Steenlant die hij hield van Theodericus heer van Houttena | abdij van St Bavo te Gent |
| 19 | 1236 | tiende van Knesselare (ten oosten van Brugge) | de kerk van Doornik |
| 20 | 1236 | rechten op de tienden van Marilles en Petrem (Piétrain) bij Geldenaken | Beatrix, abdis van de abdij La Ramée |
| 21 | 1238 | afstand tienden van Kozen | abdij Averbode |
| 22 | 1240 | bouw eigen klooster St. Elisabethsdal te Nunhem | |
| 23 | 1240 | 1/3 van de tiende en het patronaatsrecht van de kerk van Bree bij Maaseijk, zijn deel van het patronaatsrecht van Waltfuthe en Brunsrode (Waldfeucht en Braunsrath), het gebied van St. Elisabethsdal | het klooster St Elisabethsdal te Nunhem |
| 24 | 1241 | vrijgoed te Roosteren, een inkomen van 1 mark uit Rebrogen en 1/2 hoeve in het bos Exaten | klooster St Elisabethsdal te Nunhem |
Als dit op een kaart van GoogleMaps wordt weergegeven, dan blijkt dat het steeds gaat om goederen onder in Brabant, in Limburg en in België. Niet duidelijk is of er verder naar het noorden geen schenkingen hebben plaatsgevonden, of dat het archiefmateriaal daar verloren is gegaan.