Middeleeuwse krijgshandelingen door het geslacht Van Giessen


Vastraet I van Giessen, ridder 1286

Vastraet van Giessen wordt genoemd in de Rymkronyk van Jan van Heelu betreffende den slag van Woeringen van het jaer 1288 (regels 2955-2966):
Doen die hertoge vernam, Dat die Grave niet en quam
Van Hollaht, alse hijt onthiet, Daer om nochtan en woude hi niet,
Die hertoge, doen weder keeren; Maer hi toech voort met grooter eeren;
Want doen dede den raet Van Gissene her Vastraet,
Dat men scepe genoech ghewan. Aldus brac die hertoge Jan
Met sinen here ter vaert, Ende voer te Bomelwerde waert,


Ook door Lodewijk van Velthem in de Spiegel historiael, vijfde partie, deel 1, wordt Vastraet van Giessen genoemd:
Die grave van Gelre was man | Thertogen, eer torloge began.
Nu haddi sine manscap op gegeven, | Ende was noch int goet bleven.
Hier toe geloefden hulpe saen | Die grave van Hollant; wantmen gaen
Noch riden en mochte, en waer alsoe | Datmen scepe had daer toe.
Die grave dede niet sijn belof; | Nochtan en keerde die hertoge niet of
Ende toech vaste daer ward; | Want van Giesene her Vastaerd
Heeft hem scepe gebracht toe, | Daer si met over voren doe.
Mar bander side stont doe gescard | Van Rothem mijn her Geraert,
Met clupplen ende met menigen pike. | Ende wanetse weren daer ten dike.
Mar en bescoet hem niet .i. spaen, | Want hi ward selve daer gevaen.


Henri Obreen schrijft in 1907 in "Floris V, graaf van Holland en Zeeland, heer van Friesland, 1256-1296" op pag. 93 dat de Hertog van Brabant in de zomer van 1286 met behulp van Vastraet van Giessen de Bommelerwaard binnenviel.




Aernt van Giessen, 1396

Her Aernt van Giessen wordt in het Wapenboek Beyeren genoemd als deelnemer aan een expeditie tegen de Friezen in Kuinre in 1396.

Aernt van Giessen was een zoon van Vastraet IV van Giessen en Bertke Diederiks van Brakel (zij is een kleindochter van Eustachius van Brakel en Sophia van Broeckhuijsen). Waarschijnlijk gaat hier om dus om een alliantiewapenschild Giessen-Van Brakel. De kleurstelling van het wapen Van Brakel is echter verwisseld, dat moet zijn in rood twee zilvere zalmen. Een andere mogelijkheid is dat Arnt van Giessen mede het wapen van Altena (in goud twee rode zalmen) voerde om aan te geven namens welke heer hij aanwezig was. Betreffende de kruisjes is de theorie van Van Dam van Brakel dat deze toevoeging door de paus is verleend tijdens de kruistochten (W. van Dam van Brakel, 'Familiewapen gevraagd', de Navorscher, jaargang 7, 1857, p. 203).


Aernt van Ghiessen, 1402

Aent van Ghiessen wordt in het Wapenboek Beyeren genoemd als deelnemer aan een expeditie aan het beleg van Gorinchem in 1402.


Aernt van Giessen, 1420

In 1420 hebben Aernt van Giessen en Vastraat (de bastaard) van Giessen samen met o.a. Jan de Burggraaf aan de zijde van hertog Jan van Beijeren deelgenomen aan het beleg van Leiden (Johan Meerman, Verhaal van het beleg en de verövering van Leyden, door hertog Jan van Beijeren in 1420, 1805:)
pag. 109-110:
(...) Ook nam hij maatregelen, terwijl de tijd der Zeeuwen, die in zijn leger dienden, ten einde liep, dat dezelven door anderen mochten vervangen worden. Hij schreef met dit oogmerk aan de Ridderschap en Steden van dat Gewest, dat zij tegen den vijfentwintigsten weer versch volk moesten leveren+ en negen der grootste Steden van Zuid- en Noord-Holland kreegen intusschen bevel, om, eer de tweede bezending uit Zeeland aankwam, hem gewapenden toe te zenden, op dat mijn gen. Heer niet verrast zoude worden. Ook eenige Edelen, gelijk Aernt van Giessen, Dirk van Brakel en Jan de Burggraaf wierden met hunne vrienden bij hem ontbooden.
pag. 336:
Item vastraet die bastairt van ghiessen bij miijns heren beuelen gesent aen aernt van ghiessen, dirc van brakel, en Jan die burchgraue bii minen here miet horen vrienden te doen comen,



Deze website gebruikt cookies.