Fragment genealogie van het geslacht Van Goor uit Giessen


Bescheiden betrekkelijk de geslachten van Giessen en van Goor, 1851 J.J. de Geer

In de Kronijk van het Historisch Genootschap gevestigd te Utrecht, Volume 7, 1851, tweede serie, pag. 50-54 is door J.J. de Geer informatie uit de archieven van Matenesse opgenomen. Betreffende het geslacht Van Goor uit Giessen, wordt daaraan het volgende ontleend.

Jacob, heer van Hoorn, Altena, Cortershem en Montangy, beleent jonkv. Kerstijnen van Ghiesen 1), Jans dr., met eene hofstede, genaamd dat Sandt, gelegen in het geregt van Giessen, tusschen de landerijen van Jan van Goor, Daniëlsz., en den straatweg. Getuigen , Adriaan van Mawergh (?) en Segher van Wtwick (?). 1441, dond. na St. Mertijn.
1) Deze Christina, erfdochter van Jan van Giessen, huwde met Willem van Goor.

Arnoud van Goor, ridder, doet afstand van alle goederen, erven en renten, welke wijlen zijn vader in den lande van Altena bezeten heeft, ten behoeve van Johan van Goor, zijnen broeder. Maaglieden, Diederik van Werrenberch en Johan Crijpart. 1387, Maart 22.

Willem, heer van Hoorn, Altena en Kurttersim, beleent zijnen neef Jan van Goer met den Wennaert en den Inscit en toebehooren. 1387, daags na beloken Paaschdag.

Hertog Willem van Beijeren, graaf van Oostervant en heer van Altena, verleidt Jan van Goer met den Weehaert en den Insciet, in manieren als hij en zijne ouders deze goederen van den heer van Hoorn gehouden hadden. 'sHage, 1388, dond. na 0. Vr. conceptio. (Met een ongeschonden zegel).

Jacob, graaf van Hoorn, heer van Altena, Cortershem, Montangy en Cranendunck, beleent Johan van Goor, Willemsz., levenslang met het schoutambt van Andel in den lande van Altena, behoudens het regt van Taelman Wolff, zoolang deze leeft. 1462, St. Egidius.

Jacob, graaf van Hoorn enz., verleidt eene huizinge, genaamd dat Sant en gelegen in den ban van Giessen, op Melchior van Ghoir, bij opdragt zijner ouders Willem van Goor en Christina van Giessen, behoudens den Iijftogt van jonkvr. Christina en eene jaarlijksche rente van 15 schilden, na haar overlijden uit te keeren aan Willem van Goor, haren gemaal. Getuigen, Adriaan van Herlair, ridder, Johan Glummersz. van Rijswijk en Johan van Schinfelt. 1465, Oct. 26.

Jacob, graaf van Hoorn enz., belooft aan Johan van Goor, Willemsz., ambachtsheer van Giesen, dat zijn oudste zoon, na zijnen dood, het schoutambt van Andel levenslang zal mogen bedienen. 1466, April 4.

Melchior van Goer draagt op het huis, geheeten dat Sand, ten behoeve van zijn oudsten broeder Jan van Goor, om het na zijnen dood van den graaf van Hoorn in leen te houden, in geval namelijk Melchior overleed, zonder wettige geboorte na te laten. Getuigen, Peter van Hemaert, drossaard van Altena. 1467, Mei 15.

Karel, hertog van Bourgondië enz., stelt Jan van Goer aan tot dijkgraaf in zijne landen van Meduwen en beveelt hem den dijk te doen maken, waarover verschil ontstaan was tusschen de ingelanden van Altena, ter eener, en de geërfden van Ethen en Meduwen, ter andere zijde. Getuigen, Willem van Alkemade, ridder, Gerrit van Assendelff, mr. Jan van Haelwijn en mr. Hendrik van der Mije, raden van Holland. 1467, Oct. 20.

Jacob, graaf van Hoorn, beleent Johan van Goor, bij afstand van Melchior van Goor, met het huis genaamd het Zand. Getuigen, Jan van Heemerdt en Adriaan van Herlair, ridders, Peter van Heemerdt en Jan van Schinvelt. 1468, Nov. 27.

Jacob, graaf van Hoorn, vergunt aan Johan van Goor, om 3 morgen lands, genaamd die Gheer en gelegen onder Giessen, aan den Giessenscher steeg, tot eigen erf te maken. Getuigen, Johan van Heemert, Adriaan van Herlair, ridders, Gijsbert Quekel en Johan van Schinvelt. 1468, Dec. 6.

Overdragt van het land, genaamd den Gheer, in den ban van Giessen, gedaan door Jan van Goor, ten overstaan van Jan van Goor, ambachtsheer en regter, en Melchior van Goor, heemraad van Giessen. 1470, Oct. 5.

Gooswijn van Herentals, pater, Aleid van den Grave, priorin, en het convent der zusteren van St. Dominicus Penitenciae binnen Woudrichem, verklaren, dat Jan van Goor, ambachtsheer van Giessen, zijne dochter Beatrix van Goor in het klooster gebragt heeft en haar van haar erfdeel voldaan heeft, zoodat zij noch het klooster aanspraak behouden op eenigerhande erfenis, wanneer Jan van Goor en zijne beide zonen, Wolphaard en Jan, wettige geboorte nalaten, behoudens een zwarten mantel en een witten opperrok, elk van 5 ellen goeds, bij gelegenheid van den dood haars vaders. 1478, Sept. 8. (Met een geschonden zegel van het convent).

Jacob, graaf van Hoorn, verleidt Johan van Goor, Willemsz., met de helft van het leengoed, genaamd de Wenaert, met heerlijkheid en verder toebehooren, bij dode van zijn jonger broeder Melchior van Goor. Getuigen, Peter van Hemert, heer van Poederoden, en Jan van Schijnvelt . 1487, Jan. 24.

Dezelfde magtigt Wolfard van Goor, drossaard van Altena, en Klaas Crovenberg, om eene bede in te manen, hem toegestaan door de ingezetenen binnen en buiten het het land van Altena. 1492, Nov. 6. (Met de handteekening van Jacob van Hoorn).

Dezelfde ontslaat en kwijt Wolfard van Goor, op zijn verzoek, als drossaard van Altena. 1496, Mei 4. (Met de handteekening van J. v. H.).

Dezelfde ontheft Johan van Goor van alle vervolging, ter zake van een doodslag, gepleegd aan de dochter van een timmerman te Workum, en eene doodelijke wonde aan een ander toegebragt. 1498, Sept. 20.

Dezelfde verleidt Jan van Goor, Jansz., bij opdragt van zijn broeder Wolfard van Goor, met de minste helft van het vrije goed (heerlijkheid), genaamd de Wenaert, met huizing, timmering en verder toebehooren, tiend-, dijk- en schatvrij, in manieren als zijne voorzaten het van de heeren van Altena gehouden hadden, en daarenboven met een derde deel van de grootste helft van dit heerlijk goed. 1499, April 26.

Huwelijksvoorwaarden van Jan van Goor, zoon van Jan van Goor den ouden, Baltezarsz., en jufvr. Jan, dochter van Hendrik Piek. Huwelijksvrienden zijn Zweer van Clootwick en Jan van Rijswijck, ter eener, en mr. Rijck, kapellaan te Giessen , Gerrit van Rijswick, Gijsbert van Rijswick en anderen, ter andere zijde. 1520, op 0. Vr. lichtmisse. Reiner Clootwijk zegelt voor Zweer van Clootwijk.

Beleening van het molenweerdken te Giessen ten behoeve van Johan van Matenesse, Nicolaasz., heer van Lisse en Giessen, bij opdragt van Johanna Piek, Hendriks dr., aan wie het aangekomen was na dode van hare moeder Vastrecht van Goor, zuster van wijlen Johan van Goor. 1611, April 20.



Heren van Giessen

Uit bovensaande informatie volgen de heren van Giessen:


Deze website gebruikt cookies.